Stress belangrijke uitlokker voor Prikkelbare Darm Syndroom

Stress lijkt een belangrijke “trigger” te zijn voor zowel het prikkelbare darmsyndroom  Dat zegt promovendus Breg Braak van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek laat zien dat er in de hersenen in veranderingen in de afgifte van dopamine zijn. Die veranderingen lijken gerelateerd aan chronische stress. Dit verklaart wellicht het gunstige effect van medicijnen tegen depressie. maar dit moet verder worden onderzocht. Ook kunnen de buikklachten van patiënten verbeteren door een bepaald medicijn.

bron: UVA

Aanvulling Mindful4kids:

Dit onderzoek is gedaan bij volwassenen. Voor kinderen met buikklachten en prikkelbare darm zou mindfulness goed tegen stress klachten kunnen werken. Bovenstaande medicatie lijkt me voor kinderen niet geschikt. Een arts kan daarover natuurlijk meer vertellen.

 

Advertenties

Ontspanning

Voor kinderen kan het leven best hectisch zijn: ze hebben het druk op school, druk op de vereniging, hebben papa’s en mama’s die ook druk zijn, kortom: een beetje ontspanning is wel op z’n plek. Meditatie kan voor deze nodige ontspanning zorgen.

Resultaten
Maar ontspanning is niet de enige reden om met kinderen te mediteren. Zeker wanneer de leraar met zijn of haar kinderen op school mediteert, kan dit goede resultaten opleveren. Kinderen worden rustiger, kunnen zich beter concentreren en zitten lekkerder in hun vel. Het leert ze beter bij hun gevoel te komen. Het is ook belangrijk voor hun gezondheid: onverwerkte emoties kunnen namelijk op termijn gezondheidsklachten opleveren.


Onrust in de klas is een toenemend probleem voor leraren. Kinderen worden overladen met prikkels, krijgen te weinig rust en nemen dat mee het leslokaal in. Het gebrek aan ontspanning leidt vaak tot slechte concentratie, storend gedrag naar elkaar of in het algemeen. Gelukkig is er iets aan te doen; de leraar kan zelf momenten van rust en ontspanning creëren.

Oorzaken onrust

Eén van de oorzaken van onrust, is de overvloed aan prikkels die de kinderen via de media ontvangen. Veel kinderen kijken voor school al televisie, het internet is altijd bereikbaar en sommigen hebben een mobiele telefoon. Maar ook de drukke agenda’s van ouders kunnen tegenwoordig zorgen voor een hectisch gevoel.

Sommige kinderen zitten op de voor-  tussen en naschoolse opvang, waardoor er wel vijf verschillende opvoedgezichten met bijbehorende regels in hun levens zijn. En dan natuurlijk nog hun eigen agenda’s: kinderen zitten niet op één sport, maar op drie. Of ze hebben naast het voetballen ook nog de toneelclub of de bouwclub. Kortom: zoveel wisselingen, zoveel prikkelingen, het is niet raar dat kinderen onrustig worden…

Kindermeditatie

Meditatie in de klas klinkt misschien moeilijker dan het daadwerkelijk is.  Een meditatie kan bijvoorbeeld een heel simpel stiltespelletje zijn tussen de lessen door, waarbij de leerlingen hun ogen dicht doen en ze worden meegenomen naar eerder die ochtend. “Wat deed je, wie kwam je tegen, hoe liep je naar school?” Na deze weg eindigt de leraar: “Voel dat je op de stoel zit. Met je voeten op de grond en aandacht in de klas.”

Concentreren kun je leren

Concentreren kun je leren

Kinderen die zich goed kunnen concentreren, hebben betere schoolprestaties, blijkt uit recent onderzoek. Toch hoeven ouders van dagdromertjes of spring-in-het-velds niet te wanhopen. Met gerichte training kun je ze flink op weg helpen. ‘Eérst de lego opruimen, daarna pas iets nieuws pakken.’

Werp een blik in een kleuterklas en je pikt ze er zo uit: de kinderen die bij ieder voorbijkomend vliegtuig hun hoofd wegdraaien en van het ene op het andere moment in een heel andere wereld lijken te belanden. Heel schattig natuurlijk, deze dagdromers, maar uit promotie­onderzoek van gezondheidzorgspsycholoog Renske Wassenberg blijkt dat kleuters die zich niet goed kunnen concentreren, uiteindelijk minder goed presteren op de Cito-eindtoets. Zó belangrijk is het vermogen tot concentratie dus.

Of een kind in staat is om langere tijd zijn aandacht op één ding te richten, hangt af van verschillende factoren. Die zijn gedeeltelijk biologisch bepaald: sommige mensen kunnen zich makkelijker afsluiten voor afleidende prikkels dan anderen. Daarnaast is het gewoon een kwestie van veel oefenen. Het liefst in een omgeving met zo min mogelijk afleiding. Als je het concentreren dáár onder de knie krijgt, gaat het je uiteindelijk makkelijker af in de hectiek van een drukke schoolklas, zo valt te lezen in het boek Kinderen en rust, aandacht en concentratie van journalist Hilda Algra en pedagoog en voormalig leerkracht Ineke Dolfsma-Troost. Het grote probleem is alleen dat die prikkelvrije omgeving in de huidige maatschappij een steeds schaarser goed is.

Dolfsma-Troost: ‘Vroeger zei de onderwijzer dat het stil moest zijn en dan hield iedereen z’n mond dicht. Nu is het onderwijs veel individualistischer. Kinderen werken in groepjes en moeten veel overleggen, er zijn computers waar ze naartoe lopen om even iets te oefenen, de remedial teacher komt af en toe binnen om een kind op te halen. Kortom, er is steeds wel iets dat de aandacht afleidt. Dus een kind dat zich van nature niet goed kan concentreren, krijgt weinig kans om deze vaardigheid in alle rust te oefenen. Het verbaast me dan ook niet dat steeds meer leerkrachten klagen over onrustige en ongeconcentreerde klassen.’

Ook thuis zijn de afleidingen groot: tv, computer, dvd’s, iPods, mobieltjes en meestal ook een hele berg speelgoed om uit te kiezen. Dolfsma-Troost: ‘Als je een kind wilt helpen om gefocust te blijven, vergt dat wél wat op opvoedgebied. Ouders moeten tijdig ingrijpen en structureren als ze het gevoel hebben dat hun kind te veel prikkels krijgt. Kinderen zelf hebben dat namelijk niet zo door.’ Duidelijke opdrachten willen dan vaak helpen. Dus: ‘Je mag een half uur op de computer en dan gaan we eten.’ Of: ‘Eerst je Lego opruimen en daarna iets nieuws pakken.’ Dit zorgt ervoor dat kinderen hun aandacht kunnen houden bij datgene wat ze aan het doen zijn.

Vrijwillig of gedwongen
Van cruciaal belang is het verschil tussen vrijwillige en gedwongen concentratie. Dit onderscheid leidt regelmatig tot verwarrende gesprekken tussen leerkracht (‘Hij is zo ongeconcentreerd’) en ouders (‘Hij kan echt uren achter elkaar met Lego spelen’). Gaat het om vrijwillige concentratie – skaten, computeren, rupsen vangen in de achtertuin – dan kan een kind het vaak heel lang volhouden. Bij gedwongen concentratie – huiswerk maken, opletten in de klas – is de hoeveelheid tijd die kinderen ergens aandachtig aan kunnen schenken beperkt en erg afhankelijk van de leeftijd.

Als richtlijn geldt:
6 jaar: 10 minuten
10 jaar: 20 minuten
13 jaar en ouder: 30 minuten

Een 10-jarige moet je dus al na twintig minuten een andersoortige oefening aanbieden. Heeft hij net zitten luisteren naar een verhaal of een lesje, laat hem dan daarna iets maken of iets bekijken. Heeft hij twintig minuten iets gelezen, dan is hij gebaat bij een verhaal of een (leer)spelletje waarbij je moet bewegen.

Trainen helpt
Het goede nieuws is dat het trainen van het concentratievermogen wel degelijk zin heeft. Onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Robert Rosario Rueda laat zien dat een korte training van vijf dagen de concentratie bij 6-jarige kinderen verbetert en ze vervolgens hoger laat scoren op een intelligentietest. Die training bestaat uit een computerspelletje, waarbij kinderen bijvoorbeeld moeten kijken naar een rij van vijf zwemmende visjes. Daarna moeten ze zo snel mogelijk zeggen welke kant het middelste visje op zwemt. Als alle vissen naar één kant zwemmen en het middelste niet, is dat best lastig voor het brein. Maar naarmate de kinderen meer oefenen, is op hersenfilmpjes te zien dat ze steeds efficiënter reageren op dit soort ‘afwijkingen’.

Gezondheidszorgpsycholoog Renske Wassenberg erkent de toegevoegde waarde van dit soort spelletjes. ‘Het is heel nuttig om met kinderen te oefenen. Sommige computerspelletjes, zoals Memory, lenen zich hier bijvoorbeeld goed voor. Maar als je ziet dat ze afhaken, ga dan niet te lang door. Soms is het brein nog niet rijp voor een bepaalde opdracht. Word dus niet te fanatiek: buitenspelen is minstens zo belangrijk voor de ontwikkeling van een kind.’

Het onderzoek van Rosario Rueda bevestigt dit. De 4-jarigen die ook meededen aan het experiment, lieten na de concentratietraining namelijk geen of amper verbetering zien. Zij waren daar gewoon nog niet aan toe.

Zoek de oorzaak
Bij concentratieproblemen is het altijd belangrijk om uit te vinden wat de oorzaak is. Soms is die van tijdelijke aard. Als er bijvoorbeeld thuis problemen zijn – een echtscheiding, veel ruzies, een verhuizing – kan een kind zich vaal minder goed focussen. Het kan ook zijn dat een kind heel erg verliefd is. Recent onderzoek toonde bijvoorbeeld aan dat jongens minder goed kunnen nadenken als er een mooi meisje in de buurt is.

Er kunnen ook momenten op de dag zijn waarop een kind snel is afgeleid. Is dat ’s ochtends, ’s middags of de hele dag door? Het kan zijn dat een kind zich ’s middags niet kan concentreren omdat het ’s nachts te weinig slaapt. Het is dan gewoon te moe. Is het altijd ongeconcentreerd na een pauze, dan heeft het kind misschien moeite met de overgang van bewegen naar weer stilzitten. In zo’n geval kan het zinvol zijn om te starten met een rustgevende oefening. Dolfsma-Troost: ‘Een kind is nooit expres ongeconcentreerd. Daar zit altijd een hulpvraag achter.’

Soms heeft een kind dermate grote concentratieproblemen, dat er sprake kan zijn van een stoornis. Voorbeelden daarvan zijn adhd of add (dezelfde aandachtsstoornis als adhd, maar dan zonder de hyperactiviteit). Om daarachter te komen, is het slim om een schoolarts in te schakelen die je zo nodig kan doorverwijzen naar een psycholoog of een schoolbegeleidingsdienst. Dit vraagt echt om professionele hulp.

Dit helpt: meditatie
Bij meditatie leer je om je de aandacht op één ding te richten. Vanuit de rust die hierdoor ontstaat, lukt het je beter om te weten wat je denkt, voelt en wilt.

Flint (9) laat zich door het minste of geringste afleiden. Zijn moeder, Marion Huijben: ‘Eigenlijk vindt hij alles interessant wat hij ziet. Hij staat open voor alle prikkels die op hem afkomen en is niet goed in staat om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. Op zich is het natuurlijk leuk dat hij in zoveel dingen geïnteresseerd is, maar hij heeft er zelf veel last van.

Sinds een half jaar volgt hij yoga-meditatie­lessen. Hij doet er yogaoefeningen en ze mediteren aan de hand van verhalen. Vaak gaat dat gepaard met een bepaalde visualisatie: je stelt je voor dat je een vogel bent en over de zee vliegt of dat je op het strand ligt en de zon op je gezicht schijnt. Flint is heel enthousiast. “Ik word zo heerlijk rustig in mijn hoofd bij juf Jeanette,” zegt-ie. Dat klopt ook. Als ik hem weer ophaal, zie ik een heel ander kind.’

Vezelrijke voeding helpt kind o.a. bij concentreren – Gezondheid – De Morgen

Vezelrijke voeding helpt o.a. bij concentratie van kind – Gezondheid – De Morgen.

Hello world!